Traumaseksualiteit en Indentiteit

Het echte trauma is dat bij seksueel misbruik en ook bij mishandeling trouwens, je lichaam wordt toegeëigend door iemand anders die machtiger is.

Dus: de toe-eigening van het lichaam is het trauma, de toegebrachte wond die open blijft.

Als dat eenmaal is gebeurd en de seksualiteit direct, zo goed als in dezelfde seconde als de overval, zijn intrede doet terwijl je eigendom bent geworden van de ander: dan heb je geleerd wat seksualiteit in gevangenschap is.

Je bent het antwoord geworden op de verlangens van de dader (m/v).

Je hebt er zelf ook nog lust van, dat kun je niet tegenhouden, dat je lichaam ook nog toegeeft en meegaat en meedoet in de opgedrongen seksualiteit. Of je lichaam reageert met anti-seksualiteit en bevriest.

Daar begint #traumaseksualiteit.

Terwijl je niet langer eigenaar bent van je lijf, vindt seks plaats.

Dat is het hele eieren-eten.

Alle seks (of een groot of maar klein deel ervan) is de seks in het kader van de dader, in de onteigende staat van zijn. Als je er niets aan doet blijft dat in je seksuele leven een rol spelen. Je denkt ook nog dat het van jezelf is.

Het is de daderseks die je nog steeds kan bepalen of je permanent bepaalt. Het is de daderseks die als ik/dader je identiteit bepaalt, of je zoektocht daar naar.

Innerlijke tweestrijd en de chronische, verlammende vragen naar je eigen seksuele identiteit en gender-eigenheid zijn de gevolgen van de aangebrachte schade.

De daderseks beïnvloedt je seksuele voorkeur en je gevoel van mannelijk of vrouwelijk zijn. Het zijn de seksuele voorkeuren van de dader die ingeprent werden in je, net na de onteigening van je lichaam.

Als je leven na het misbruik verder gaat dan merk je dat je lichaam het antwoord op nog veel meer noden waren van de dader. Deze hebben zich ingevreten in je systeem.